| |

Alle kunsttakken
hebben de zintuiglijkheid als belangrijke bron van ontstaan en
consumptie. Kunstwerken zijn resultaat van het verwerken van ervaringen
via de zintuigen en worden middels zintuigen waar-genomen. Elke kunsttak
heeft echter door gebruik van eigen middelen en een combinatie van
zintuiglijk specifieke kenmerken eigenschap-pen die ervoor zorgen dat de
verschillende kunsttakken zich niet op dezelfde manier ontwikkelen.
Analyse van de kunst als zodanig heeft het gevaar in zich dat bepaalde
ontwikkelingen in de ene kunsttak ten onrechte aangezien worden voor de
ontwikkeling van de kunst als zodanig. Om dit gevaar te beperken is er
in dit essay voor gekozen de aandacht te richten op beeldende kunsten.
Er worden vragen gesteld over de voorwaarden die van belang zijn voor
het ontstaan van beel-dende kunsten, over de verhouding tussen wetenschap, beeldende kunsten en dagelijkse praktijk, over de
afzonderlijke elementen waaruit een beeldend kunstwerk bestaat, over
technologische en andere maatschappelijke factoren die van invloed zijn
op hoe beeldende kun-sten zich ontwikkelen en over oordeelsvorming.
Bewijst het goede kunstwerk door de eigen kwaliteit zichzelf, is het
individuele oordeel bepalend voor de vraag wat goed gevonden wordt of is
uiteindelijk de maatschappelijke strijd hierin doorslaggevend?



isbn 90-804711-2-7
terug naar
boven ◄
|
|